De Grijze Ezel, koppig voor ouderen

koppig voor ouderen
Gestart op 14 april 2020, regelmatig opgeschoond, voorjaar 2023 volgende grote herziening.

Recente post voorop.Vaste pagina's op thema erachter.
Zie de gele navigatiebalk bovenaan
Koppeling met de archieven van Grijze Ezel en contactblad Senior.
Meer achtergronden en verdieping.
Zie de navigatiekolom rechts.
Oudere post kun je ook opzoeken.
Overzicht aan de rechterkant onderaan.

Op de mobiel, gebruik deze dwars, rol naar beneden en klik op Internetversie weergeven.

Focus op ouderen, hun mantelzorgers en verzorgers.

HryMenu

zondag 13 juni 2021

Eigen kracht op woningmarkt?

96-jarige die huis niet verkoopt aan beleggers staat voor iets dat steeds meer gebeurt

Je huis niet verkopen aan een belegger als bijdrage aan het oplossen van de woningnood: een Haarlemse wordt ervoor geprezen. De 96-jarige mevrouw Du Maine wil haar flatje alleen verkopen aan starters of stellen die nu nog geen woning hebben. Op sociale media stromen de positieve reacties binnen. Haar actie lijkt te staan voor een grotere beweging op de woningmarkt.

"Gemeenten, woningcorporaties, verenigingen van eigenaren en huiseigenaren doen de afgelopen maanden steeds vaker pogingen om verkoop door beleggers in te dammen", zegt bijzonder hoogleraar woningmarkt Johan Conijn. "Dat is een mooi signaal, want dat heeft uiteindelijk een positief effect voor de koopstarters."

Investeerders op de huizenmarkt hebben nog nooit zo veel woningen gekocht als in 2020, bleek in maart. Van de woningen in Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam werd 34 procent verkocht aan mensen die er zelf niet gingen wonen. "Beleggers kopen al sinds 2014 steeds meer woningen op om vervolgens te verhuren. Het is een olievlek die begonnen is in de Randstad, maar steeds verder is uitgebreid", zegt Conijn.

Het steeds toenemende aantal koophuizen in handen van beleggers is een van de redenen voor de prijsstijgingen op de woningmarkt, legt Conijn uit. Beleggers zijn sneller geneigd om te overbieden, omdat ze het geld makkelijker kunnen terugverdienen.

Zelfbewoningsplicht

De grote steden willen op korte termijn beleggers gaan verbieden huizen op te kopen voor verhuur. Dat moet de krapte en de hoge prijzen op de woningmarkt tegengaan. Meerdere gemeenten zijn de afgelopen jaren de strijd aangegaan met beleggers: zo bestaat in Hilversum bijvoorbeeld een 'zelfbewoningsplicht'. Dat betekent dat kopers van een nieuwbouwhuis er eerst minimaal drie jaar zelf moeten gaan wonen voordat ze het kunnen verkopen.

Ook het ministerie bereidt een wet voor die deze plicht mogelijk maakt, zegt Conijn. "Het gevolg daarvan is dat er meer woningen beschikbaar komen voor starters, dat er minder dure huurwoningen komen, en ook dat koopwoningen betaalbaarder blijven."

Steeds meer huiseigenaren nemen, net als mevrouw Du Maine, het heft in eigen handen bij de verkoop, ook al kan dat betekenen dat ze minder geld voor hun huis krijgen.

Zo verbood Ester Kreuger haar makelaar om het huis van haar en haar man in Utrecht aan beleggers te verkopen. "We voelen ons er niet goed bij om het huis aan een huisjesmelker te verkopen die er vervolgens 2000 euro huur per maand voor vraagt. Dat is maatschappelijk niet goed en voor de wijk niet goed", legt de 36-jarige Kreuger uit.

Het stel woont in een maisonette in een Utrechtse buitenwijk. Kreugers man kocht het huis vijftien jaar geleden, en de waarde van het huis is inmiddels meer dan verdubbeld. "De huizenmarkt is de laatste jaren al zo overspannen, dat zie je aan de prijs van ons eigen huis. Als wij zo makkelijk iets kunnen doen daaraan, waarom zouden we dat dan niet doen? Dat laatste beetje geld boeit ons niet."

Mooi signaal

Dat is niet omdat ze 'rijke stinkerds' zijn, lacht Kreuger. "Wij zien de waarde van geld, wij werken er hard voor. Maar wij zien ook de waarde van de wijk", zegt Kreuger. "Mijn man heeft het hele huis opgeknapt. Ons hart en ziel zit erin, we zijn eraan gehecht. We willen dat iemand dit koopt en er ook zo verliefd op wordt, en al ons bloed, zweet en tranen die erin zitten waardeert. Je wil geen klootzak erin die alleen maar geld wil verdienen. Dat verdient de wijk niet."

De Utrechtse, die een huis in Tiel heeft gekocht, roept andere huisverkopers ook op om hun woning niet aan beleggers te verkopen. "Je hebt zelf in de hand hoe dingen gaan. Het is niet veel werk om tegen je makelaar te zeggen dat je dit niet wil. En zo wordt de huizenmarkt misschien iets minder overspannen."

Een vermindering van het woningtekort levert het niet op, zegt Conijn, want je creëert hiermee geen nieuwe woningen. "Maar het is wel een mooi signaal dat mensen zich maatschappelijk verantwoordelijk voelen hiervoor. Dat kan echt een positief effect hebben voor koopstarters."

Bron: NOS 210612

zaterdag 5 juni 2021

Coronapaspoort?

Alle GGD'en gaan coronavaccinaties in gele boekjes stempelen (ANP 210603)


Alle GGD'en gaan vanaf maandag de coronaprikken met een stempel in de gele inentingsboekjes zetten van de gevaccineerden die daar bij de priklocatie om vragen.
Veel GGD'en deden dat al, maar nog niet allemaal. Aangeraden wordt de registratiekaart van de prikken bij het boekje te houden, meldt de GGD op Twitter.

Het vaccinatieboekje van het ministerie van Volksgezondheid is al jaren in omloop en wordt vooral gebruikt door mensen die veel reizen. Bepaalde landen eisen ook prikken tegen bepaalde ziekten en die kunnen met het boekje worden aangetoond.

Bron: ANP 210603

Opinie: Pas op voor een digitale lockdown (KBOPCOB 210528)


Coronapaspoort gaat hierin een belangrijke rol spelen. Maar deze app moet niet ongemerkt een digitale lockdown veroorzaken. Zo waarschuwt Marcel Sturkenboom van seniorenorganisatie KBO-PCOB. Want niet iedere oudere bezit een (geschikte) smartphone.

Demissionair minister Hugo de Jonge is duidelijk in zijn ambities: de komende tijd krijgen miljoenen mensen een coronavaccin. Tegen de zomer zal dan het grootste deel van de hoog-risicogroep (senioren en kwetsbaren) ingeënt zijn. Als alles volgens plan loopt moeten eind juni acht miljoen mensen volledig gevaccineerd zijn. Dan wordt het eindelijk tijd voor de volgende stap: een mooie zomer met meer vrijheden.

QR-code

Welke vrijheden dit zijn, is nog allerminst duidelijk. Wel wordt steeds vaker geroepen dat dit alleen kan met een coronapaspoort. Wie gevaccineerd, negatief getest, óf al hersteld is van corona kan dit aantonenet zo’n coronapaspoort. Wil je straks theater of restaurant bezoeken, of naar bijvoorbeeld Frankrijk reizen, dan wordt er via een speciale app op je smartphone, jouw QR-code gescand. Geeft die code na het scannen een groen vinkje, dan is er ruimte voor een heerlijk avondje gezelligheid of voor een fijne vakantie. Voor Europa wordt die QR-code in de Digital Green Pass geplaatst.

Computer says no

Zo’n app, met een QR-code en alle technische mogelijkheden die het biedt, klinkt geweldig. Het is altijd up-to-date. Toch is dit digitale paspoort niet voor iedereen persé een uitkomst. Zo zijn er tal van senioren die geen slimme telefoon hebben. Of er wel eentje hebben, vaak als afdankertje van zoon of dochter gekregen en goed genoeg om te Whatsappen, maar niet modern genoeg voor een overheidsapp. Eerder al werd dit duidelijk met de komst van de CoronaMelder, ook een app en alleen geschikt voor de nieuwere modellen smartphones. En zo zou het kunnen gebeuren, als 75- jarige met een coronavaccin in je lijf, dat de lockdown van nu, ongewild overgaat in een digitale lockdown. Je kan je huis wel uit, maar niet ergens naar binnen. Computer says no.

Maar ook een QR-code op een blaadje is niet altijd een uitkomst. Is deze actueel genoeg? Kan iemand deze wel printen? Hoe staat het met iemands privacy als je deze laat rondslingeren?


Wees digi-aardig

Als Nederlanders straks meer vrijheden kunnen krijgen, dan zou dit voor iedereen moeten gelden. Of je nou digibeet bent, niet de juiste smartphone hebt of van alle moderne snufjes bent voorzien. Hier geldt ook het principe van KBO-PCOB: wees digi-aardig voor de mensen die, om wat voor reden dan ook, niet mee kunnen komen met een digitaal coronapaspoort. Dus demissionair Hugo de Jonge: Zorg voor een alternatief waardoor ook iemand zonder (de juiste) smartphone kan genieten van de hernieuwde vrijheden en niet ongemerkt in een digitale lockdown terecht komt.

Bron KBOPCOB 210528

vrijdag 4 juni 2021

Plan om 160.000 ouderenwoningen te bouwen komende 10 jaar

Het kabinet en belangenorganisaties hebben een plan afgesproken om tot 2031 in totaal 160.000 ouderenwoningen en 25.000 verpleegzorgplekken te realiseren. De partijen houden wel een slag om de arm, omdat belangrijke knelpunten zoals financiering, beschikbaarheid van locaties en het aantrekken van personeel alsnog roet in het eten kunnen gooien. Dit valt te lezen in het akkoord dat de ministeries van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid en belangenorganisaties ActiZ, Aedes, VNG en ZN hebben gepresenteerd.


De komende vijf jaar willen de partijen 60.000 extra ouderenwoningen en 25.000 extra verpleegzorgplekken realiseren. Het gaat om 40.000 vrijkomende en nieuwe nultredenwoningen en 20.000 extra geclusterde woningen, waarvan 10.000 tot 14.000 worden gebouwd door woningcorporaties.

Voor 2031 is het streven om in totaal 110.000 extra nultredenwoningen, 50.000 extra geclusterde woningen en 50.000 verpleegzorgplekken te creëren.

Adequaat Wlz-budget

Om de plannen te realiseren, willen ActiZ, Aedes, VNG en ZN dat er een adequaat Wlz-budget beschikbaar komt voor zorgkantoren. De eerste indicatie van de extra zorgkosten is 2 miljard euro. Ook vragen ze om meer sturing vanuit het Rijk of de provincie bij de realisatie van alle ouderenwoningen. Verdere uitwerking van de plannen om aan de randvoorwaarden te voldoen moet van een volgend kabinet komen.

Gemeenten

In het akkoord is verder afgesproken dat gemeenten medio dit jaar al een woonzorgvisie hebben geformuleerd. Hier moet in staan hoe de lokale overheden in hun regio met zorgorganisaties en woningcorporaties voldoende woningen en voorzieningen voor ouderen willen realiseren. Deze visies worden volgende jaar weer verwerkt tot uitvoeringsprogramma’s.

Vergijzing

De ouderenwoningen zijn nodig om tegemoet te komen aan de vergijzing. Het aantal 75-plussers zal naar verwachting toenemen van 1,4 miljoen in 2020 naar 2,6 miljoen in 2040. Eind vorig jaar bleek hoe groot de opgave wel niet in. Door het realiseren van voldoende geschikte woningen voor ouderen kunnen sommige ouderen langer zelfstandig blijven wonen en kan een verhuizing naar een verpleeghuis worden uitgesteld of voorkomen. Bovendien bevordert het de doorstroming op de woningmarkt voor andere leeftijdsgroepen, waaronder starters.

Vorige week stemde de Tweede Kamer voor een motie van GroenLinks om tot een woonzorgakkoord te komen. Een initiatiefnota van van de partij wordt op 7 juni behandeld in de Kamer.

Bron: Skipr 210602

donderdag 3 juni 2021

Zorgen over koopkracht vijftigers en zestigers

Veel aankomend gepensioneerden zijn mogelijk niet goed voorbereid op hun financiële oude dag. Uit onderzoek van KBOPCOB blijkt dat zij financieel kwetsbaarder zijn dan de leeftijdsgroepen boven hen. Directeur Marcel Sturkenboom: ‘We moeten alles op alles zetten dat er geen verloren generatie dreigt te ontstaan. Meer perspectief en ondersteuning is hard nodig voor jonge senioren zonder baan en zonder vermogen.”
De financiële koopkracht van senioren verschilt aanzienlijk, zo blijkt uit onderzoek onder het Nationaal Seniorenpanel in opdracht van KBO-PCOB.

De senior zónder eigen vermogen:
  • heeft vaker schulden
  • moet meer op zijn of haar uitgaven letten
  • ligt ruim twee keer zo vaak wakker over de financiële situatie
  • heeft minder vaak een aanvullend pensioen
  • het eventuele pensioen ligt gemiddeld lager dan de senioren mét eigen vermogen
  • staat drie keer zo vaak rood op de bankrekening ziet drie keer zoveel af van een artsenbezoek vanwege de kosten
De groep senioren die nog niet met pensioen zijn, staat er financieel slechter voor dan de oudere groepen.
  • 16% komt in de problemen als een onverwachte belastingaanslag van 400 euro binnen twee weken betaald moet worden
  • 14% van de niet-gepensioneerden heeft het afgelopen jaar afgezien van een doktersbezoek vanwege de kosten
  • 21% ligt ́s nachts wakker van hun huidige en toekomstige financiële situatie
Directeur Marcel Sturkenboom: “De laatste jaren pensioenopbouw zijn bepalend voor hoe financieel weerbaar je bent voor je oude dag. Door pech kun je niet altijd vermogen opbouwen: denk aan werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, scheiding of mantelzorg. Dit kan als gevolg hebben dat je op latere leeftijd je huishoud- en zorgkosten niet meer kan betalen en niet meer volop kan meedoen met onze samenleving. KBO- PCOB wil dat leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt wordt aangepakt, zodat we het talent van senioren volop blijven inzetten. We moeten daarnaast een stevig vangnet spannen tegen armoede en schadelijke regelingen zoals de kostendelersnorm afschaffen.”

Het onderzoek is gehouden onder 1.474 Nederlandse senioren. Eerder brachten we de resultaten naar buiten over de meningen ten aanzien van erf- en schenkbelasting.

Lees hier de samenvatting van het koopkrachtonderzoek

Bron: KBOPCOB 210603

woensdag 2 juni 2021

Week van de Jonge Mantelzorger van start!

Minister Hugo de Jonge gaf het startsein voor deze bijzondere week, waarbij jonge mantelzorgers van 1 tot en met 7 juni in de spotlight worden gezet! Met de campagne ‘Deel je zorg’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden jonge mantelzorgers gevraagd om hun zorg te delen.

Hugo de Jonge: 'Alle jonge mantelzorgers verdienen de schijnwerpers. Ze houden zoveel ballen in de lucht. Met de meesten gaat het gelukkig goed, maar dat geldt niet voor alle jonge mantelzorgers. Het is belangrijk dat er aandacht is voor deze jonge mensen. Begrip van hun omgeving, advies bij het plannen van hun studie, of een luisterend oor als het een dag tegen zit. Dan is het goed dat ze weten waar ze terecht kunnen met hun zorgen. Zoals bij de Mantelzorglijn.’

zondag 30 mei 2021

Vaccindeskundigen: 90 procent moet worden ingeënt

Vanwege de nieuwe, besmettelijke sars-cov-2-varianten die rondgaan, moet 85 tot 90 procent van de bevolking immuun zijn om de verspreiding van het coronavirus te stoppen. Dat verklaarden vaccinatiedeskundingen Corinne Vandermeulen (KU Leuven) en Pierre Van Damme (Universiteit Antwerpen) zondag in het Belgische programma De Zevende Dag.

In hetzelfde programma zei de ondergedoken viroloog Marc Van Ranst dat het verstandiger zou zijn om nog even te wachten met het versoepelen van de coronamaatregelen. “De cijfers dalen, maar ze blijven hoog. Hoger dan de cijfers op hetzelfde moment vorig jaar.”

Ook Van Ranst waarschuwde voor nieuwe, besmettelijke mutaties van het virus. In het Verenigd Koninkrijk is de Indiase variant (B.1.617.2) inmiddels al goed voor driekwart van alle nieuwe besmettingen.

Hoe besmettelijker een virus is, hoe moeilijker het is om groepsimmuniteit te bereiken. “In het begin waren er modellen die aantoonden dat 70 procent immuniteit voldoende was om de epidemie te stoppen”, vertelde Vandermeulen in De Zevende Dag. Omdat er nu besmettelijker varianten rondgaan, moet dat percentage omhoog.

Zij wees erop dat we bij een zeer besmettelijke ziekte als de mazelen (met een R0 van tussen de 12 en 18) streven naar een vaccinatiegraad van 95 procent. “Het verleden heeft aangetoond dat dergelijke hoge cijfers nodig zijn om infecties te bedwingen. Bij het coronavirus lijkt dat niet anders te zijn.”

“Vaccinatie is de snelste weg om immuniteit te bereiken”, legde Van Damme uit. “Helaas weten we dat coronavaccins niet 100 procent doeltreffend zijn. Daarom is het des te belangrijker dat zoveel mogelijk mensen zich laten vaccineren”

Kinderen inenten

Om de verspreidingskansen van het virus zoveel mogelijk te beperken, helpt het ook als kinderen worden ingeënt. Het RIVM heeft inmiddels doorgerekend dat het coronavirus de komende winter veel makkelijker onder controle kan worden gehouden als ook kinderen tussen de 12 en 18 worden ingeënt.

Het Europees Medicijnagentschap (EMA) heeft gebruik van het Pfizer-vaccin afgelopen week goedgekeurd voor kinderen vanaf 12 jaar. Eerder gaf het EMA al groen licht voor gebruik van het vaccin vanaf 16 jaar. De Gezondheidsraad zal het kabinet binnenkort adviseren over het inenten van minderjarigen.

Bron: Joop 210530

zaterdag 29 mei 2021

RIVM: 'Ziet er niet naar uit dat deze winter weer strenge maatregelen nodig zijn'

Het gaat in meer opzichten de goede kant op met de bestrijding van de corona-epidemie. Steeds meer mensen zijn (gedeeltelijk) gevaccineerd, terwijl de aantallen nieuwe besmettingen, ziekenhuisopnames en IC- opnames fors dalen. Ook lijkt de kans op herinfectie en overdracht klein na het doormaken van een corona- infectie of vaccinatie.

De NOS sprak - daags voor de persconferentie van vrijdagavond - over deze onderwerpen met Jaap van Dissel, directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM en met Jacco Wallinga, hoofdmodelleur van datzelfde RIVM.

Ons afweersysteem lijkt zowel na een covid-19- infectie als na vaccinatie goede bescherming te bieden tegen een hernieuwde infectie, ook met de Britse en Zuid-Afrikaanse variant. Bovendien lijken vaccinaties de kans op overdracht van het virus te verkleinen. Wat betekent dat in het licht van het vaccinatieprogramma?

Wallinga: "We hebben ongeveer berekend hoeveel mensen een infectie zullen hebben doorgemaakt of gevaccineerd zullen zijn op 1 januari 2022. Vervolgens hebben we aangenomen dat al die mensen volledig immuun zijn. Dan kun je uitrekenen wat het reproductiegetal ongeveer wordt.

"Als alles mee zit, dan kan het reproductiegetal net onder de 1 uitkomen. Maar dan moet de vaccinatiegraad wel 75 procent worden en homogeen verdeeld zijn over het land. We weten al dat dat laatste niet het geval zal zijn. Maar we weten ook dat het niet zo is dat we komende winter gegarandeerd te weinig immuniteit opgebouwd zullen hebben, tegen de tijd dat het seizoenseffect het virus weer gaat helpen."

"Het had gekund dat de immuniteit komende winter nog te laag zou zijn om de verspreiding van het virus te beheersen en dat er daarom weer heel strenge maatregelen nodig zouden zijn. Daar ziet het niet naar uit, maar we kunnen ook nog niet achterover leunen."

Maar alle coronacijfers dalen en het aantal vaccinaties stijgt.

Wallinga: "We zien een hele snelle daling van de aantallen besmettingen en opnames in de ziekenhuizen en op de IC's die binnen onze verwachtingen past. We stellen de prognoses natuurlijk steeds bij als er nieuwe gegevens beschikbaar komen. Ik kan me voorstellen dat mensen ich minder aan de basisregels gaan houden en een voorschot gaan nemen op versoepelingen die nog niet zijn doorgevoerd. Dat zou dan gevolgen kunnen krijgen voor verdere stappen bij het versoepelen van de coronamaatregelen."

Een nieuwe studie onder zorgpersoneel in het Erasmus MC onderstreept het belang van T-cellen. Waarom is dit onderzoek relevant?

Jaap van Dissel: "Het onderzoek maakt duidelijk dat afweer meer is dan antistoffen alleen. De laatste tijd is er wellicht een beeld ontstaan alsof antistoffen als enige voor afweer zorgen. Dat komt omdat er relatief eenvoudige methoden zijn om antistoffen te meten. Maar het afweersysteem bestaat ook uit een deel dat via bloedcellen verloopt, de T-cellen bijvoorbeeld. T-cellen reageren meestal wat breder dan antistoffen. Het Rotterdamse onderzoek bevestigt dat en toont dat de immuunreactie een combinatie is van antistoffen en afweercellen. Dat lijkt ook gunstig voor de afweer tegen virusvarianten."

"Er lopen in Nederland een aantal onderzoeken gericht op kwetsbare patiëntengroepen, zoals patiënten die een orgaantransplantatie hebben ondergaan of mensen met een aangeboren afweerstoornis. Dat is een interessante groep met veel verschillende onderliggende problemen. Soms leiden die ertoe dat die mensen geen antistoffen kunnen maken, maar wél T-cellen die een afweerreactie veroorzaken. Bij die patiënten wordt gevolgd hoe hun afweersysteem reageert op de vaccinatie. We weten al dat patiënten die geen antistoffen maken lang niet altijd in de problemen komen door covid-19. Dus speelt de cellulaire reactie, zoals door T-cellen, bij hen de hoofdrol bij de afweer. Datzelfde kun je eigenlijk ook al afleiden uit de verschillende ziektebeelden van covid-19, van heel lichte klachten tot heftige griepachtige klachten - uitgezonderd de heel ernstig zieke patiënten die opgenomen worden. Het merendeel van die mensen is binnen een week van die klachten af. Dat is te kort om een volledige antistoffenreactie op te roepen. Bij die groep patiënten, en dat is de grootste groep, spelen de T-cellen waarschijnlijk een grote rol bij de afweer tegen het virus."

Een nog niet door vakgenoten beoordeelde maar wel al online gepubliceerde studie bewijst de aanwezigheid van antistoffen en afweercellen tot bijna een jaar na infectie.

Van Dissel: "Het gaat hierbij om de afweerreactie op een infectie waarbij vaak het geheugen van het afweersysteem een rol speelt. Er zijn ook studies waaruit blijkt dat de corona-verkoudheidsvirussen soms een reactie oproepen van afweercellen die waarschijnlijk enige kruisbescherming tegen SARS-CoV-2 biedt. Dat kan zich mogelijk uiten in minder ernstig ziek worden. Die afweerreacties zijn een dynamisch geheel waarover we de komende tijd nog veel gaan leren."

Waar doelt u op?

Van Dissel: "Hoe vaak moeten we vaccineren, wanneer is de afweer op zo'n niveau dat je in ieder geval ernstige covid-19 voorkomt, hoelang houdt de afweer stand? Het is nu nog te vroeg om zulke vragen te beantwoorden, maar wel van belang voor hoe we de komende jaren omgaan met covid-19 dat ongetwijfeld blijft circuleren."

De Gezondheidsraad heeft in een advies aan de regering gezegd dat vaccinatie de overdracht van het virus remt, maar dat onduidelijk is in welke mate.

Van Dissel: "De Gezondheidsraad richt zich op gepubliceerde studies en die zijn er hierover nog maar heel weinig. De Raad baseert zich vooral op een Schotse studie, die nog niet door vakgenoten is beoordeeld. In het OMT wegen we meer gegevens mee, de studies naar de werkzaamheid van de vaccins, maar ook studies uit de praktijk. Bijvoorbeeld een studie uit Israël, maar ook uit Amerika, die niet alleen kijkt of mensen na vaccinatie beschermd zijn tegen ziekte, maar ook of het virus zonder symptomen te veroorzaken in hun keel zit. Daaruit blijkt dat mensen na vaccinatie niet alleen veel minder vaak ziek worden, maar überhaupt minder vaak SARS-CoV-2 in hun keel hebben. Uit een andere studie blijkt dat als het er toch zit de hoeveelheid virus na vaccinatie vaak lager is en dat het wat sneller lijkt te verdwijnen. Dat is indirect bewijs dat vaccinatie ook de overdracht van het virus tegengaat."

Bron NOS/RIVM 210529

donderdag 27 mei 2021

Broze bedoelingen ouderenbeleid Rotterdam

Rekenkamer: ouderenbeleid Rotterdam sluit niet aan bij behoeften

Het ouderenbeleid van de gemeente Rotterdam sluit niet aan bij de behoeften en leefwereld van ouderen in de stad. Volgens de Rekenkamer Rotterdam heeft de gemeente “onrealistische verwachtingen”.

Omdat Rotterdam in 2035 tot bijna 35.000 oudere inwoners telt, wil de gemeente dat zij een gezonder en minder eenzaam leven leiden en dat zij een passende woning en zorg vinden. In een donderdag uitgekomen onderzoeksrapport staat dat slechts één van de 81 maatregelen uit het gemeentelijk ouderenbeleid hieraan bijdraagt. Volgens de rekenkamer komt dit omdat de gemeente onrealistische verwachtingen heeft. Zo verwacht de gemeente dat ouderen zich na hun pensioen willen inzetten voor de samenleving. “Maar veel ouderen willen of kunnen dat helemaal niet”, aldus de rekenkamer.

Geen behoefte aan e-health

Volgens het instituut heeft de gemeente zich bij het opstellen van de maatregelen vooraf te weinig verdiept in de behoeften en leefwereld van ouderen. Zo is er geen behoefte aan bijvoorbeeld e-healthtoepassingen. Ook ontbreken er maatregelen als een vast aanspreekpunt waar ouderen terecht kunnen bij het aanvragen van zorg.

Niet genoeg geleerd van mislukkingen

Verder worden veel maatregelen slechts in een deel van de stad uitgevoerd en zijn de afspraken over samenwerking met andere organisaties over bijvoorbeeld het bouwen van woonvoorzieningen voor ouderen onduidelijk. Ook heeft de gemeente niet genoeg geleerd van mislukte pogingen uit eerder beleid. Zo is er meerdere keren geprobeerd om speciale centrale ontmoetings-, activiteiten- en zorgplekken voor ouderen te creëren.

Het Rotterdams college deelt de conclusies van de rekenkamer deels: zo neemt het college de aanbeveling van de rekenkamer om meer onderzoek te doen vanuit de leefwereld van de ouderen zelf niet over. (ANP)Rotterdams ouderenbeleid maakt ouderen niet veel wijzer

bron: Skipr 2106527

Broze bedoelingen

Rotterdams ouderenbeleid maakt ouderen niet veel wijzer

De gemeente Rotterdam wil dat ouderen gezonder leven, dat eenzaamheid vermindert, dat ouderen in een geschikte woning wonen en dat zij passende zorg en ondersteuning krijgen. Het is echter niet te verwachten dat de gemeente deze ambities zal bereiken. Slechts één van de 81 maatregelen uit het beleidsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ draagt namelijk naar verwachting op lange termijn substantieel bij aan de realisatie van de ambities. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘broze bedoelingen, ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid’.

Rekenkameronderzoek

De komende jaren neemt het aantal ouderen van 65 jaar en ouder in Rotterdam met een derde toe, van 97.177 in 2018 naar 129.239 in 2035. Met het beleidsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ wil de gemeente de stad voorbereiden op het groeiende aantal ouderen en aansluiten bij de wensen en behoeften van deze groep. Een groot deel van dit ouderenbeleid is gericht op de lange termijn. Dit betekent dat veel van de werkelijke resultaten nog niet kunnen worden vastgesteld. Daarom heeft de rekenkamer onderzocht of te verwachten is dat de gemeente de met het ouderenbeleid beoogde resultaten op de lange termijn daadwerkelijk zal bereiken. Daarnaast heeft zij beoordeeld of de ambities van het ouderenbeleid aansluiten bij de wensen en behoeften van ouderen en of te verwachten is dat de maatregelen verschillende groepen ouderen zullen bereiken, zoals laaggeletterde ouderen, ouderen met een lage sociaaleconomische positie en ouderen met een niet- westerse migratieachtergrond.

Maatregelen bevatten onrealistische verwachtingen

Uit het rekenkameronderzoek blijkt dat niet te verwachten is dat de gemeente met het ouderenbeleid haar ambities op lange termijn zal realiseren. Een eerste reden waarom de ambities volgens de rekenkamer niet zullen worden gerealiseerd is dat meerdere maatregelen onrealistische verwachtingen bevatten. Zo verwacht de gemeente dat ouderen na hun pensionering hun talenten in willen zetten voor de Rotterdamse samenleving, maar veel ouderen willen of kunnen dat helemaal niet. De gemeente heeft zich vooraf te weinig verdiept in de problemen en behoeften van ouderen. Hierdoor neemt de gemeente maatregelen die aanbodgericht zijn, dus waarvan niet duidelijk is in hoeverre ouderen er behoefte aan hebben, zoals het gebruik van e-healthtoepasssingen. Bovendien laat de gemeente het na om bepaalde maatregelen te nemen waaraan bij ouderen juist wél behoefte bestaat, zoals een vast aanspreekpunt om ouderen te ondersteunen bij het aanvragen van zorg en ondersteuning. Verder kunnen veel maatregelen nauwelijks bijdragen aan de ambities doordat zij niet stadsbreed worden uitgevoerd. Zo heeft de gemeente slechts in drie van de veertien Rotterdamse gebieden concrete plannen om ‘thuisplusflats’ te realiseren. Daarnaast bevat het programma veel tijdelijke projecten.

Gemeente houdt onvoldoende rekening met de leefwereld van ouderen

Ten tweede houdt de gemeente onvoldoende rekening met de leefwereld van ouderen. Zo sluiten veel maatregelen niet aan bij de wensen en problemen van (potentieel) kwetsbare ouderen, zoals ouderen met een laag inkomen en/of opleidingsniveau en ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit geldt bijvoorbeeld voor de huisbezoeken aan ouderen vanaf 75 jaar die bedoeld zijn om eenzaamheid te signaleren en verminderen. Welzijnsorganisaties die de huisbezoeken uitvoeren moeten een voorgeschreven vragenlijst afnemen, maar de lange en gesloten vragenlijst belemmert het voeren van een goed gesprek. Bovendien bereiken de huisbezoeken slechts 14% van de ouderen vanaf 75 jaar en worden juist de eenzaamste ouderen (vaak ouderen met een migratieachtergrond) niet goed bereikt.

Gemeente voert onvoldoende regie over samenwerking met andere organisaties

Ten derde voert de gemeente onvoldoende regie over de samenwerking met andere organisaties die bij de uitvoering van het ouderenbeleid betrokken zijn. Zo heeft de gemeente weliswaar met woningcorporaties afgesproken hoeveel woningen er tot en met 2030 gerealiseerd moeten worden, maar heeft zij niet vastgelegd hoeveel van deze woningen voor ouderen bestemd zijn. Ook de afspraken met woningcorporaties over het realiseren van zogenoemde ‘tussenvoorzieningen’ om het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis te dichten, zijn te weinig concreet. Verder voert de gemeente te weinig regie op de verbetering van samenwerking in de Rotterdamse wijken tussen medische organisaties (zoals huisartsen) en organisaties in het sociaal domein, zoals Vraagwijzer en welzijnsorganisaties.

Gemeente leert onvoldoende van ervaringen met eerder genomen maatregelen

Ten vierde leert de gemeente onvoldoende van ervaringen met eerder genomen maatregelen. De gemeente heeft bijvoorbeeld vanaf 2003 meerdere keren tevergeefs geprobeerd om zogenoemde ‘woonzorgzones’ of ‘woonservicegebieden’ te creëren. Dit is een centrale plek in de wijk waar naast wonen ook ontmoeting, activiteiten, maaltijdvoorziening, zorg en ondersteuning plaatsvinden. Zij heeft zich echter niet verdiept in de vraag waardoor dit tot nu toe niet is gelukt en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden voor de aanpak van de ouderenhubs, een concept dat hiermee vergelijkbaar is.

Reactie college

Het college deelt de conclusies van de rekenkamer maar ten dele. De aanbeveling van de rekenkamer om meer onderzoek te doen vanuit de leefwereld van de ouderen zelf, waaronder ouderen met een migratieachtergrond, neemt het college niet over.

Bron Rekenkamer Rotterdam 210527

Integraal ouderenbeleid is nu snel nodig

Aan de hand van vijf actiepunten hebben de organisaties concrete handvatten gegeven voor de komende jaren. Zo moet er haast worden gemaakt met de bouw van geschikte woningen voor ouderen. Goed ouder worden begint bij prettig wonen in leefbare wijken.

ANBO wil dat ouderen lang zelfstandig kunnen blijven wonen en daarvoor is investeren in preventie (zoals leefstijl) en in welzijn van groot belang. Mensen die het niet alleen redden, moeten kunnen rekenen op een goede ondersteuning. Mantelzorgers hebben recht op erkenning en waardering.

Onder druk

Een ander punt van aandacht is de koopkracht van ouderen, die al jaren onder druk staat. Het mag niet zo zijn dat de rekening van de coronacrisis op het bordje van de ouderen komt te liggen. Het ziet er niet naar uit dat er de komende jaren aan de inkomenskant veel bij komt, dus moeten ouderen via bijvoorbeeld toeslagen worden gecompenseerd. Daarnaast mag het verhogen van de eigen bijdrage in de zorg er niet toe leiden dat de koopkracht van ouderen erop achteruitgaat.

ANBO, KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden en NOOM zien dat het nieuwe pensioenstelsel de kans op indexatie vergroot, maar die indexatie moet er al eerder komen. Gepensioneerden hebben nu al 20% indexatie- achterstand en die dreigt op te lopen met nog eens 10%. Het draagvlak voor het nieuwe stelsel zal snel verdwijnen als hier geen oplossing voor komt.

Mét ouderen

Om al deze punten te realiseren is een integrale aanpak nodig, waarbij vrijwel alle departementen betrokken moeten worden. Er moet oog zijn voor alle thema’s die voor goed ouder worden belangrijk zijn: inkomen, wonen, welzijn, veiligheid, digitalisering, zorg en zingeving.

De ouderenorganisaties waarderen het zeer dat informateur Hamer tijd heeft uitgetrokken voor de senioren. Tijdens de coronacrisis ging het vooral óver de ouderen, het is goed dat er nu ook mét de ouderen wordt gepraat.

Bron ANBO 210527

dinsdag 25 mei 2021

Corona hard op zijn retour in Nederland

De afname van het aantal nieuwe coronabesmettingen heeft afgelopen week flink doorgezet. In totaal registreerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 25.255 positieve testresultaten. Dat is 28 procent minder dan een week eerder, toen ruim 35.000 gevallen aan het licht kwamen. Dat waren er al een kwart minder dan in de week daarvoor. In een maand tijd is het aantal wekelijkse nieuwe coronagevallen meer dan gehalveerd.

Ook in de ziekenhuizen is steeds meer te merken dat corona op zijn retour is nu steeds meer mensen zijn gevaccineerd. Volgens de RIVM-rapportage die dinsdag verscheen, werden in zeven dagen tijd 830 mensen met covid-19 opgenomen in het ziekenhuis, ongeveer een derde minder dan een week eerder. Van deze patiënten waren er 186 zo ziek dat ze op de intensive care belandden. Dat is een afname van 23 procent.

Het RIVM registreerde afgelopen week 96 aan coronagerelateerde sterfgevallen. Vorige week waren het er 90, het laagste aantal sinds begin oktober. Het reproductiegetal, dat aangeeft in welk tempo het virus zich verspreidt, is ook weer een fractie gedaald. Het stond afgelopen vrijdag op 0,86 en zakt verder naar 0,82. Dit cijfer is nooit helemaal actueel. Het RIVM kijkt twee weken terug in de tijd om een betrouwbaar getal te berekenen.

Meer mensen gevaccineerd

De besmettingscijfers dalen naarmate meer mensen worden gevaccineerd tegen corona. Volgens berekeningen van de overheid zijn nu zo’n 8,5 miljoen prikken gezet. In de statistieken is duidelijk te zien dat van oud naar jong wordt gevaccineerd. Onder 80-plussers, die als eerste aan de beurt waren, is het aantal nieuwe coronagevallen veruit het laagst. Onder zestigers is de besmettingsgraad in een week tijd met een derde gedaald, tot 84 gevallen per 100.000 inwoners.

Jongere leeftijdsgroepen

Ook in de jongere leeftijdsgroepen is het aantal besmettingen gedaald, ook al is het gros nog niet gevaccineerd. Alleen jongeren met een medische indicatie komen al in aanmerking. In de groep van 18 tot 24 jaar doen zich nog altijd de meeste besmettingen voor, maar ook daar ziet het RIVM een afname. Het instituut noteerde in die leeftijdscategorie 320 positieve testresultaten per 100.000 inwoners, 23 procent minder dan een week eerder.

Basisregels

Ondanks de cijfers benadrukt het RIVM dat het belangrijk blijft dat mensen zich houden aan de basismaatregelen, zoals afstand houden van anderen, drukke plekken mijden en bij klachten thuisblijven en je laten testen. “Ook als je op vakantie bent. Zo voorkomen we – totdat iedereen die dat wil gevaccineerd is – dat het virus zich weer meer verspreidt.” (ANP)

Bron Skipr 210525

maandag 24 mei 2021

Opnames nog steeds meer dan zorgelijk

De opnames op IC en op overige afdelingen zijn ook belangrijke graadmeters om de maatregelen te versoepelen. Pas als de aantallen voor beide zijn gedaald tot onder „Zorgelijk” kunnen regionale maatregelen genomen worden



Bron LCPS/NRC 210524

zondag 23 mei 2021

Senioren geven 150 tegelwijsheden aan Tweede Kamerleden

Maar liefst 150 tegelwijsheden, opgeschreven door senioren, worden aangeboden aan de leden van de Tweede Kamer. Spreuken als “De jongeren van vandaag zijn de ouderen van morgen” en “Zelfs de wijste uil was vroeger een uilskuiken” sieren binnenkort de werkkamers van politiek Den Haag.




De tegels zijn een initiatief van seniorenorganisatie KBO- PCOB. Marcel Sturkenboom, directeur: “Het afgelopen jaar liet maar weer eens zien dat er veel over senioren wordt gesproken, en niet zozeer met. Terwijl er zoveel belangrijke besluiten genomen moeten worden. Denk aan de woningbouw, zorg en pensioenen. Dan is het goed dat er voor alle Kamerleden een geheugensteuntje straks aan de muur prijkt dat laat weten dat de senioren er ook nog zijn.”


Fractievoorzitters

Voor alle Kamerleden is er een uniek tegeltje beschikbaar. Alleen de fractievoorzitters krijgen eenzelfde tegel, met de tekst “Levenswijsheid van de ouderen is het kapitaal van de samenleving” erop. Deze tekst is van de 83-jarige Catharine Schimmelpennink. Haar tegelwijsheid werd als winnaar gekozen, uit de vele honderden inzendingen die KBO-PCOB kreeg na een oproep hiervoor. Schimmelpennink: “Het is veel meer dan een tegeltjeswijsheid. Het gaat om de vraag erachter: hoe maak je dit kapitaal van de ouderen vruchtbaar? Wijsheid wil gedeeld worden, doe je dat niet, dan droogt het op.”

Uitdelen

Op dinsdag 11 mei worden de tegelwijsheden uitgedeeld aan de Tweede Kamer. De eerste tegels worden in ontvangst genomen door vertegenwoordigers van VVD, D66, CDA, PvdA, ChristenUnie, SGP, Volt en Fractie Den Haan.

Bron: KBOPCOB 210510

zaterdag 22 mei 2021

Eindelijk bewijs dat mondkapjes echt werken

Het duurde betrekkelijk lang voor we in Nederland mondkapjes gingen dragen, vorig jaar. Reden: RIVM-baas Van Dissel geloofde er niet in.

Maar er lijkt bewijs te zijn dat hij zich heeft vergist. Onderzoekers uit Duitsland, geholpen door wetenschappers uit China en de Verenigde Staten, zeggen nu echt aan te kunnen tonen dat mondkapjes werken in de strijd tegen het coronavirus. In veel situaties is een eenvoudig mondkapje al genoeg, stellen de wetenschappers. Ze spreken van ‘een doorbraak’. Dat schrijft het AD. Kapjes zijn vooral effectief op plaatsen waar niet veel virus rondgaat, maar wel genoeg om iemand te besmetten. Dat kan een eenvoudig mondkapje voorkomen.

De Duitsers, Chinezen en Amerikanen maakten op basis van bestaand statistisch materiaal een nieuwe modelberekening die volgens hen overtuigend aantoont dat de effectiviteit van een gezichtsmasker afhangt van de hoeveelheid virus in de lucht, schrijven ze in het invloedrijke wetenschappelijke tijdschrift Science


Bron: Science 210520


123RF

woensdag 19 mei 2021

Dit mag weer vandaag

Ontbijten op het terras en zweten in de sportschool: dit mag weer vanaf vandaag

Over de kop in de Python mag wel, maar een rondje in de Droomvlucht niet. De versoepelingen die vandaag ingaan, staan vooral in het teken van 'buiten', waar het risico op besmetting vele malen kleiner is dan binnen.

'Buiten meer mogelijk en binnensportlocaties open', zo omschrijft het kabinet deze volgende stap van het openingsplan.

Dit mag vanaf vandaag weer:

Ook iedereen ouder dan 27 mag buiten sporten in teams van maximaal 30, wel op 1,5 meter afstand, geen wedstrijden of publiek.

Sportscholen, sportzalen en binnenzwembaden gaan open, met maximaal 30 mensen per ruimte, maar sporten moet alleen of in duo's. Reserveren verplicht, geen wedstrijd of publiek

Openluchttheaters, -musea en -monumenten weer open, wel voor maximaal 30 mensen en op 1,5 meter afstand van elkaar. Reserveren verplicht, voor twee personen of een huishouden

Muziek- en danslessen mogen weer, wel met 2 personen binnen 1,5 meter, maximaal 30 per ruimte.

Terrassen ruimer open, van 06.00 tot 20.00 uur, en nu mogen ook de terrassen van de sportkantines meedoen. 

Attractie- natuur- en dierenparken open, net als minigolf en klimbossen. Reserveren voor twee personen of een huishouden (kinderen tot en met 12 tellen niet mee). De binnenattracties of -ruimtes blijven dicht, wc’s zijn wel open

Huren van boten, kano’s en fietsen kan weer Alle contactberoepen weer toegestaan

Bibliotheken volgen morgen. Vanaf morgen, donderdag, mogen ook de bibliotheken weer open. Die stonden eigenlijk niet in het plan van het kabinet, maar werden daar na aandringen van de Tweede Kamer aan toegevoegd.

Met al deze versoepelingen is ook het moment gekomen om het reisadvies voor het openbaar vervoer aan te passen. Lange tijd was het verzoek om alleen met trein, bus, tram of metro te gaan als dat 'noodzakelijk' is. Dat is vandaag veranderd naar: 'niet-essentiële reizen toegestaan. Reis op rustige momenten'. NS laat vanaf mei in stappen meer treinen rijden.

Waarom kan het nu?

Elke stap in het openingsplan gaat alleen door als het aantal nieuwe ic- en ziekenhuisopnames blijft dalen.
Maandag liet demissionair minister De Jonge weten dat de cijfers goed genoeg waren om stap 2 te nemen en hij niet aan de 'noodrem' hoefde te trekken om de aangekondigde versoepelingen tegen te houden. Er moest een afname zijn van ongeveer 20 procent ten opzichte van de piek van eind april.

Bron: RTL nieuws 210519

zaterdag 15 mei 2021

Voorspellingen zijn uitgekomen, dat is goed nieuws'

RIVM: 'Blij dat de voorspellingen zijn uitgekomen, dat is goed nieuws'

De wetenschappelijke toptijdschriften The Lancet en Science publiceerden recent artikelen die stellen dat aerosolen, minuscuul kleine druppeltjes die mensen uitstoten, meer bijdragen aan de verspreiding van SARS- CoV-2 dan in veel landen wordt aangenomen. En in het verlengde daarvan dat het belang van ventilatie ook groter is.

Daarover en over de Indiase variant en de ontwikkeling van de Nederlandse coronacijfers sprak de NOS met Jaap van Dissel, directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM en Jacco Wallinga, hoofdmodelleur aldaar.

Die studies in The Lancet en Science concluderen dat ook het Nederlandse beleid rond aerosolen en ventilatie achterloopt op de feiten. Sommigen zien daarin het gelijk van Maurice de Hond.

Van Dissel: "Vooropgesteld: aandacht voor ventilatie is goed. Bij elke briefing in de Tweede Kamer noem ik op de eerste dia met karakteristieken van covid-19 'adequate ventilatie' met uitroepteken als belangrijk element van de bestrijding ervan. In afgesloten ruimtes, die slecht geventileerd worden en waar je langere tijd met anderen verblijft, kunnen aerosolen-overdrachten mede een rol gaan spelen. Je kunt het er natuurlijk over hebben wat de belangrijkste bestrijdingsmaatregelen zijn. Wij menen dat de maatregelen, zoals wij die definiëren in bron-, collectieve en individuele maatregelen, met de hiërarchie die we daarin aangebracht hebben, de belangrijkste maatregelen zijn en waren. Die hebben de covid-19- uitbraak tot stilstand gebracht, ook in de eerste fase."

Dus ventilatie en aerosolen zijn minder belangrijk dan de auteurs in Science en The Lancet zeggen?

Van Dissel: "Als je een bron kunt isoleren van de rest, dan is daarna eigenlijk niet meer van belang of er goed geventileerd wordt, want dan zijn er geen besmettelijken bij. De presymptomatische overdracht maakt het ingewikkelder, dus het kan een rol spelen, vandaar die collectieve maatregelen zoals 1,5 meter afstand houden. Maar uit het oogpunt van verspreiding in de bevolking moet je je richten op het verminderen van de grootste risico's en dat hebben we steeds gedaan. Hele fijne aerosolen kunnen in bepaalde situaties een rol spelen bij overdracht. Dat vind je overigens terug op de RIVM- website en in de OMT-brieven. Als er daadwerkelijk een aerogene (via zeer fijne aerosolen, red.) verspreiding was geweest, dan verwacht je een bijpassend, veel hoger reproductiegetal. En ook zodanige verspreiding in ziekenhuizen dat je maatregelen moet nemen zoals negatieve drukkamers en bepaalde mondkapjes. Die maatregelen zijn nooit genomen en dat heeft niet gezorgd voor uitbraken."

Die aerosolen spelen dus niet zo'n heel grote rol?

Van Dissel: "In verschillende omstandigheden kunnen ze een rol spelen. Maar vanuit het oogpunt van publieke gezondheid, van wat we moeten doen tegen de covid-19 uitbraak, staan andere maatregelen bovenaan. Voor bepaalde situaties is ventilatie heel belangrijk. Dat is gekoppeld aan gedrag, want schreeuwen of zingen zorgt voor een ander type druppelvorming dan rustig praten. In specifieke situaties kunnen andere typen verspreiding dus een hoofdrol spelen. Maar, en ik denk dat het CDC dat mooi heeft samengevat, de rangorde in factoren die de verspreiding bepalen, verandert hierdoor eigenlijk niet. Andere infectieziekten die via de lucht en inhalatie worden overgedragen, het RS-virus en griep bijvoorbeeld, zijn het laatste jaar ook afwezig. Dankzij maatregelen tegen virusverspreiding via grote druppels. Zo effectief zijn die maatregelen dus tegen de jaarlijkse luchtwegvirussen."

Toch lijken die publicaties over aerosolen heel degelijk.

Van Dissel: "Jij brengt het alsof het óf het een óf het ander is. Bij grootschalige bestrijding gaat het om risicoreductie.

Overdracht hangt af van contact. Hoe vaak is er contact, hoelang en met welke intensiteit? Maar ook context telt: was het buiten of binnen en als het binnen was, ging het dan om een geventileerde ruimte of niet? Met veel mensen of niet? Als je geen maatregelen neemt besmet één persoon met dit virus gemiddeld 2,5 tot 3 anderen. Bij echt aerogene virussen die zich via kleine druppels verplaatsen, zoals mazelen, zijn dat 18 tot 20 personen. In de periode dat we het nog niet wisten, gingen we ervan uit dat het zich vooral afspeelde binnen die 1,5 meter en middels die grote druppels. Daarop waren en zijn de maatregelen geënt. Die hebben een directe afname van de uitbraak veroorzaakt. Bij mazelen of waterpokken was dat niet gelukt. Als covid-19 aerogeen zou verspreiden, dan hadden we veel strengere maatregelen moeten nemen om het tot stilstand te brengen. Overigens: wij hebben ziekenhuizen geadviseerd in situaties waarbij we weten dat veel aerosolen ontstaan, bijvoorbeeld bij procedures als uitzuigen op de intensive care, extra maatregelen te nemen, juist om adequaat het hoofd te bieden aan die verspreiding via aerosolen."

Maar 1,5 meter afstand blijft volgens u de belangrijkste bescherming tegen overdracht?

Van Dissel: "Ja, na bronisolatie. Binnenkort publiceren we vanuit het RIVM daarover een artikel. We vragen heel precies hoelang mensen contact hebben met anderen, met wie en in welke setting. Vervolgens hebben we dat aangehouden tegen de aanwezigheid van antistoffen tegen het virus in hun bloed. Mensen die aangaven zich goed te houden aan de 1,5 meter bleken duidelijk minder vaak antistoffen te hebben. Dat is heel mooi indirect bewijs van het nut van die 1,5 meter en de zin van het gevoerde beleid tegen covid-19. Maar dat sluit niet uit dat sommige situaties om extra maatregelen vragen."

De Indiase variant is volgens de laatste gegevens uit Engeland besmettelijker dan de Britse. Wat betekent dat voor Nederland?

Jacco Wallinga: "We hebben nog geen berekeningen gemaakt met de Indiase variant omdat die in Nederland nog te weinig voorkomt. We hebben veel contact met collega's in Engeland. Daar neemt het aandeel Indiase variant snel toe. Als dat komt door binnenlandse verspreiding, dan is de Indiase variant duidelijk besmettelijker dan de Britse. Maar het kan ook om importgevallen uit India gaan. Als het om binnenlandse verspreiding gaat dan is de schatting dat de Indiase variant ongeveer 10 procent besmettelijker zou kunnen zijn dan de Britse."

Van Dissel: "In Oxford is in het laboratorium gekeken of antistoffen na een doorgemaakte infectie of vaccinatie ook beschermen tegen de Indiase variant. Dat ziet er goed uit. Volgens die wetenschappers zijn zorgen daarover niet nodig."

Ten slotte, is de epidemie in Nederland nu op de terugtocht?

Wallinga: "De cijfers gaan de goede kant op, zowel het aantal nieuwe besmettingen als de ziekenhuis- en IC- opnames. Net als de immuniteit door doorgemaakte infecties en vaccinaties. Tot de zomer zit het wel goed. Wat erna gebeurt is onzeker. We weten niet hoelang de immuniteit na een doorgemaakte infectie of vaccinatie duurt. Het seizoenseffect dat nu positieve invloed heeft gaat dan weer negatief werken. Wat gaan verdere versoepelingen voor effect hebben? Hoe gaan mensen zich houden aan de maatregelen die blijven gelden? Wat gaat de Indiase variant doen? We gaan echt niet één, twee, drie van corona verlost zijn. Maar de daling is ingezet. Drie weken geleden was het reproductiegetal ongeveer 1. De cijfers zijn nu lager, dus de R ook. Dat is wat we rond Pasen voorspeld hebben. Het is fijn om te zien dat de voorspellingen klopten. En het is heel goed nieuws. Ik ben ook wel in mijn nopjes dat de voorspellingen zijn uitgekomen."

Van Dissel: "Bij alle onzekerheden over het verdere verloop staat één ding vast: de beschikbaarheid van vaccins en de vaccinatiebereidheid zijn heel belangrijk. Hoe sneller we vaccineren hoe beter het is. Mogelijk ook met een derde prik in het najaar zoals sommige andere landen willen doen."

Bron: NOS 210515

vrijdag 14 mei 2021

Van Dissel niet bang dat besmettingen plots weer toenemen

Besmettingen nemen plotseling niet weer  toe

De kans dat het aantal coronabesmettingen en ziekenhuisopnamen binnenkort weer omhoog zal schieten is volgens Jaap van Dissel van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) niet groot. Volgens hem is “met enige zekerheid te voorspellen” dat de dalende trend niet ineens weer zal ombuigen tot een toename.

De directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding herhaalde woensdag in de Tweede Kamer dat er wat hem betreft “voldoende zekerheid is dat we dalen”, zodra het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames van coronapatiënten 20 procent lager ligt dan tijdens de piek van eind april. Dan kunnen de volgende versoepelingen worden doorgevoerd. Het gaat Van Dissel en het Outbreak Management Team (OMT), waarvan hij de voorzitter is, om het zevendaags gemiddelde.

Piek achter ons

Het lijkt in dit opzicht de goede kant op te gaan: uit ziekenhuiscijfers blijkt dat het gemiddelde al stevig daalt. Als dat doorzet, wordt aan de voorwaarde van het OMT voldaan. Van Dissel verwacht van de versoepelingen die het kabinet volgende week wil doorvoeren “een gering effect” hebben op verspreiding van het virus. Hij heeft “al met al vertrouwen dat stap twee goed kan”, zei hij, want de piek lijkt achter ons te liggen.

Immuun

Van Dissel wijst erop dat de besmettingscijfers afnemen doordat steeds meer mensen immuun zijn voor het coronavirus, zowel door vaccinatie als door eerder doorgemaakte infecties. Juist daarom is Van Dissel niet bang voor een plotselinge omslag.

Hij zei er wel bij dat in de modellen van het RIVM diverse aannames worden gedaan. Zo is de hoop dat vaccinatie niet alleen ziekte voorkomt, maar er ook voor zorgt dat mensen het virus nauwelijks nog bij zich dragen en doorgeven aan anderen. Daarover komen uit wetenschappelijke hoek “gunstige berichten”, aldus Van Dissel. Maar 100 procent zekerheid is daar niet over te geven. Als mensen na vaccinatie toch nog vaak het virus doorgeven aan anderen, terwijl ze zelf niet ziek worden, dan zal het indammen van de pandemie langzamer gaan.

Op een na hoogste besmettingsgraad van EU

Tegelijkertijd blijft opvolging van de basismaatregelen belangrijk, benadrukte Van Dissel. Hij wees erop dat nog altijd veel mensen in Nederland het virus bij zich dragen. Na Zweden telt Nederland nog de hoogste besmettingsgraad van de EU. Dat vindt de RIVM- bestuurder “niet fraai”.

Bron: Skipr 210512

woensdag 12 mei 2021

Tweede stap openingsplan per 19 mei in tekst

Op 19 mei worden de volgende coronamaatregelen losgelaten of aangepast, als de cijfers dit toelaten. Alle overige maatregelen blijven gelden.

Binnen sporten

Binnensportlocaties, zoals sportscholen en zwembaden, gaan weer open onder voorwaarden. Er is een maximum van 30 personen per ruimte en iedereen houdt 1,5 meter afstand. Er wordt individueel of met maximaal 2 personen en een trainer op 1,5 meter afstand gesport. Grotere groepslessen zijn niet toegestaan, tenzij het gaat om kinderen en jongeren tot en met 17 jaar. Wedstrijden en publiek zijn ook niet toegestaan. Kleedkamers zijn gesloten, behalve in zwembaden. Reserveren en een gezondheidscheck zijn verplicht. Binnen moet iemand een mondkapje dragen, maar deze mag af tijdens het sporten.

Buiten sporten in groepen

Buiten sporten in groepsverband kan weer, maar er zijn wel voorwaarden. Dit mag met maximaal 30 personen en iedereen houdt 1,5 meter afstand. Wedstrijden en publiek zijn niet toegestaan. Jongeren tot en met 26 jaar mochten eerder al meer op het gebied van buiten sporten. Zij mogen buiten gezamenlijk sporten zonder 1,5 meter afstand te houden.

Recreatie buiten

Attractieparken, natuurparken, dierentuinen en kinderboerderijen gaan onder voorwaarden open. Net als spellocaties buiten zoals minigolf, klimbossen en buitenspeeltuinen. Hier geldt: 1 persoon per 10 vierkante meter en bezoekers houden 1,5 meter afstand. Reserveren en een gezondheidscheck zijn verplicht. Een reservering is voor maximaal 2 personen, met uitzondering van kinderen en personen van eenzelfde huishouden. De binnenruimtes op deze terreinen, zoals een attractie binnen of een dierenverblijf binnen, blijven gesloten. Toiletten zijn wel open, net als looproutes door een binnenruimte, die nodig zijn om een deel van het buitenterrein te bereiken.

Kunst- en cultuurbeoefening binnen

Locaties voor kunst- en cultuurbeoefening binnen gaan open. Dit betekent bijvoorbeeld dat iemand weer muziekles, dansles en toneelles kan volgen. Dit kan, net als bij sport, met maximaal twee personen plus een docent. Grotere groepslessen zijn niet toegestaan, behalve als het gaat om kinderen en jongeren tot en met 17 jaar. Er mogen maximaal 30 personen in een ruimte. Mensen houden 1,5 meter afstand, behalve als dit niet kan voor het uitoefenen van de activiteit. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij dansen. Publiek is niet toegestaan. Reservering en een gezondheidscheck zijn verplicht. Binnen moet iemand een mondkapje dragen, maar deze mag af als dit nodig is om te kunnen oefenen of repeteren.

Kunst en cultuur buiten

Buitenlocaties voor podiumkunsten en filmvertoningen mogen open. Dit zijn bijvoorbeeld openluchttheaters. Ook hier gelden voorwaarden zoals: maximaal 30 personen en 1,5 meter afstand houden. Reservering is verplicht en kan voor maximaal 2 personen. Tenzij het gaat om kinderen of mensen uit eenzelfde huishouden. Een gezondheidscheck is ook verplicht. Openluchtmusea, beeldentuinen en openluchtmonumenten gaan ook weer open. Hier geldt: 1 persoon per 10 vierkante meter. Verder gelden dezelfde voorwaarden als voor de buitenlocaties podiumkunsten die hierboven genoemd zijn.

Verhuurlocaties open

Verhuurlocaties voor recreatieve activiteiten buiten mogen open. Dit betekent dat er bijvoorbeeld weer boten, kano’s en fietsen verhuurd worden.

Terrassen langer open

Buitenterrassen mogen open van 06.00 tot 20.00 uur. In de eerste stap in het openingsplan gingen terrassen al open van 12.00 tot 18.00 uur. Deze tijden zijn nu verruimd. Alle voorwaarden blijven gelden. Zoals maximaal 50 personen op een terras en maximaal 2 personen aan een tafel op 1,5 meter afstand. Tenzij dit mensen zijn uit eenzelfde huishouden. Terrassen bij sportlocaties mogen ook weer open. Hiervoor gelden dezelfde regels als op andere buitenterrassen.

Contactberoepen

Alle contactberoepen zijn toegestaan. Dat betekent dat ook de laatste categorie, de sekswerkers, de deuren weer mogen openen.

Reizen en zomervakantie

Vanaf 15 mei zijn reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. Check altijd het reisadvies op www.wijsopreis.nl. De veilige landen krijgen op deze website de kleurcode groen of geel. Vakantiereizen naar deze landen worden dan niet meer afgeraden. Op dit moment komen nog weinig landen in aanmerking voor een groen of geel reisadvies per 15 mei. Het kabinet hoopt dat er in de aanloop naar de zomer steeds meer landen als veilig worden aangemerkt. Let wel op, want ondanks dat een land op geel of groen staat, leggen de meeste landen aan reizigers uit Nederland beperkingen op, zoals een verplichte test of quarantaine. Kijk hier ook goed naar in het reisadvies. In landen met de kleurcode oranje zijn veel coronabesmettingen. Ga hier niet naar toe op vakantie. Alle niet-noodzakelijke reizen naar deze landen worden afgeraden.

Reizen met openbaar vervoer

Vanaf 19 mei vervalt het dringende advies om het openbaar vervoer alleen voor noodzakelijke reizen te gebruiken. Het nieuwe advies voor alle manieren van vervoer is dan om zoveel mogelijk op rustige momenten te reizen. Vermijd drukte onderweg en op stations.

Vervolgstappen openingsplan

De derde stap in het openingsplan staat nu op z’n vroegst op 9 juni gepland. Dan wordt bijvoorbeeld het thuisbezoekadvies verhoogd naar 4 personen en kan de horeca voor uiteten binnen open. Op 1 juni horen we of deze derde stap gezet kan worden. Welke maatregelen verder nog worden losgelaten, als de cijfers het toelaten, is te zien in dit overzicht van het openingsplan.


Bron: Rijksoverheid 210511

Corona maatregelen: stap 2


 

dinsdag 11 mei 2021

Weekcijfers RIVM: mogelijk minder dan 50.000 coronagevallen

In de afgelopen week zijn mogelijk minder dan 50.000 nieuwe coronagevallen vastgesteld en doorgegeven. Het zou voor het eerst sinds begin april zijn dat het aantal positieve tests onder die grens blijft.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) komt dinsdag met het exacte weekcijfer. Vorige week meldde het instituut dat het in de zeven dagen ervoor iets meer dan 52.000 meldingen van positieve tests had gekregen. Dat komt neer op gemiddeld 7441 gevallen per dag.

In de zes dagen erna zijn 41.579 nieuwe gevallen aan het licht gekomen, gemiddeld bijna 6930 per dag. Dat betekent dat het weekcijfer rond de 48.500 zou kunnen uitkomen.

In de wekelijkse update becijfert het RIVM ook hoeveel mensen in de afgelopen week zijn opgenomen in ziekenhuizen vanwege Covid-19, de ziekte die door het coronavirus wordt veroorzaakt. Vorige week ging het om 1633 nieuwe ziekenhuisopnames, van wie 377 op een intensive care kwamen te liggen. Dat was minder dan in


de week ervoor. Verder meldt het RIVM dinsdag hoeveel mensen zijn overleden aan de gevolgen van hun coronabesmetting. Vorige week meldde het instituut 128 sterfgevallen, de week ervoor 129. Dat aantal is nu mogelijk opgelopen richting de 150.

Verder berekent het RIVM dinsdag het nieuwe reproductiegetal. Dat gebeurt twee keer per week. Afgelopen vrijdag stond het op 0,93. Dat betekent dat de uitbraak langzaam kan doven. Het RIVM kijkt standaard ongeveer twee weken terug in de tijd, omdat het anders geen betrouwbaar cijfer kan geven. Het reproductiecijfer van 0,93 slaat dus op de situatie zoals die op 22 april was.

Bron ANP 210511

vrijdag 7 mei 2021

Reproductiegetal coronavirus daalt nog verder

Het coronavirus verspreidt zich nog langzamer door Nederland. Het zogeheten reproductiegetal is verder gezakt, van 0,94 naar 0,93. In de voorgaande dagen stond het cijfer zelfs op 0,91 en dat is het laagste peil sinds eind januari.


Als het reproductiegetal onder de 1 ligt, kan de uitbraak langzaam doven. Hoe verder het boven de 1 komt, hoe meer mensen besmet raken. In dat geval kan het aantal gevallen steeds sneller oplopen.

Twee keer per week, op dinsdag en vrijdag, berekent het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het reproductiegetal. Daarbij kijkt het instituut standaard ongeveer twee weken terug in de tijd, omdat het anders geen betrouwbaar cijfer kan geven. Het reproductiegetal van 0,93 slaat op de situatie zoals die op 22 april was. Op 20 en 21 april was het getal 0,91.

Bron; ANP 210507

zondag 2 mei 2021

KBOPCOB: Wetsvoorstel samenwerking ouderenzorg sympathiek, maar nog niet voldoende

Wetsvoorstel samenwerking ouderenzorg nog niet voldoende

De bedoelingen van het concept- wetsvoorstel zijn zonder meer sympathiek. Het idee van de wet die minister De Jonge (VWS) wil indienen is de samenwerking tussen organisaties in de verschillende onderdelen (‘domeinen’) van de ouderenzorg verbetert. Of het ingewikkelde plan er daadwerkelijk toe gaat leiden dat er meer en beter wordt geïnvesteerd in preventieve maatregelen waardoor senioren langer thuis kunnen blijven wonen, moet echter nog blijken. Dit heeft KBO-PCOB deze week naar voren gebracht in reactie op een internetconsultatie over het voorstel. Gemeenten worden er nog te weinig toe aangezet om hun ondersteuning aan senioren te verbeteren.

Schotten zitten goede zorg in de weg

Belanghebbenden konden tot 20 april hun mening kenbaar maken aan het ministerie van VWS over een ontwerp–wetsvoorstel van minister De Jonge om te komen tot domein-overstijgende samenwerking in de langdurige zorg. Ouderen ondervinden er al jaren hinder van dat de langdurige zorg is opgesplitst in verschillende onderdelen (‘domeinen’), die worden uitgevoerd door verschillende organisaties: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door gemeenten, de wijkverpleging door ziektekostenverzekeraars en de Wet langdurige zorg (Wlz; hieronder vallen de verpleeghuizen) door zorgkantoren.
Omdat deze organisaties in de zorg vastzitten aan de belangen en verplichtingen binnen hun specifieke domein, is er te weinig aandacht voor het bredere belang van senioren. Ouderen hebben dikwijls te maken met verschillende vormen van zorg vanuit de diverse domeinen, die helaas te weinig op elkaar aansluiten.
Dit wordt ook wel ‘schottenproblematiek’ genoemd. Preventieve investeringen die mensen kunnen helpen langer thuis te blijven wonen, komen hierdoor bijvoorbeeld onvoldoende van de grond. De uitvoeringsorganisaties in de zorg hebben er ofwel geen financieel belang bij om hier geld in te steken, ofwel zij mogen hier volgens de wet niet eens in investeren.

Goed dat er een voorstel ligt

Het ontwerp-wetsvoorstel van minister De Jonge is bedoeld om iets aan dit probleem te doen – alleen dit al verdient naar de mening van KBO-PCOB waardering. De minister stelt onder andere voor om voortaan toe te staan dat zorgkantoren samen met andere partijen mogen investeren in zorg buiten hun eigen Wlz-domein. De gedachte is dat ouderen op die manier in staat worden gesteld langer op een goede manier thuis te blijven wonen, buiten de Wlz.

Laat ook gemeenten alles uit de kast halen

Maar hoewel de bedoelingen goed zijn, heeft KBO-PCOB twijfels over of het ingewikkelde plan de zorg ook echt in beweging zet. Marcel Sturkenboom (directeur KBO- PCO): “Gemeenten halen nog lang niet alles uit de kast om thuiswonende senioren te ondersteunen. Waarom belonen we gemeenten niet als dit tot goede resultaten leidt, en rekenen we ze er niet op af als ze het laten afweten?” Het wetsvoorstel richt zich nu nogal eenzijdig op het betrekken van zorgkantoren.

Hoe verder?

Minister De Jonge heeft zijn wetsvoorstel over domein- overstijgende samenwerking nog niet ingediend bij de Tweede Kamer. Het ministerie van VWS gaat nu eerst kijken naar de reacties die zijn binnengekomen van maatschappelijke organisaties, waaronder KBO-PCOB.

Bron: KBPPCOB 210430

donderdag 22 april 2021

Piek in ziekenhuizen over 1 à 2 weken

Van Dissel: piek in ziekenhuizen over 1 à 2 weken

De bedbezetting in de ziekenhuizen door coronapatiënten bereikt volgens RIVM-berekeningen over één à twee weken een piek. Dit heeft directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding Jaap van Dissel bij het RIVM donderdag gezegd tijdens een presentatie aan Tweede- Kamerleden.

Hij benadrukt dat de modellen wel “forse onzekerheden” kennen, dus de piek zou zich ook later kunnen voordoen en hoger kunnen zijn dan het instituut nu voorziet.

Van duidelijke afname geen sprake

De instroom van coronapatiënten in de ziekenhuizen “lijkt af te vlakken” en het aantal besmettingen stabiliseert, constateert Van Dissel, maar van een duidelijke afname is echter nog geen sprake, zei hij.

Nieuwe fase

Volgens Van Dissel is “een nieuwe fase” aangebroken: “Het virus botst steeds vaker op tegen iemand die het al heeft gehad, of die is gevaccineerd. Tot nu toe was het zo dat een afname alleen werd veroorzaakt door strengere maatregelen. Nu komt het door opbouw van immuniteit.”

Vaccinatie

De effecten van de vaccinatiecampagne beginnen volgens de OMT-voorzitter steeds duidelijker zichtbaar te worden. Hij wees op cijfers waaruit blijkt dat ouderen in de hoogste leeftijdsgroepen het virus nauwelijks nog oplopen. (ANP)

Bron: Skipr 210422

dinsdag 20 april 2021

Somberheid over houdbare ouderenzorg

Somberheid over houdbare ouderenzorg

Vanwaar deze zorgen? Het rapport ‘Houdbare ouderenzorg – Lessen en ervaringen uit andere landen’, van onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ Healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management bracht me tot deze sombere gedachte. Het rapport vormt een achtergrondstudie voor het WRR-advies Houdbare Zorg. Het schetst hoe Denemarken, Duitsland, Japan en het Verenigd Koninkrijk met vergrijzing omgaan. Een mooi rapport, dat niet de oplossing biedt voor wélke richting we voor de ouderenzorg zouden moeten kiezen, maar vooral hóe we richting moeten kiezen.

Wicked problem

Even een beetje context vooraf. Japan en Duitsland zijn qua vergrijzing een stuk verder dan Nederland. Denemarken en het VK zitten een beetje op hetzelfde niveau. Nederland heeft de hoogste publieke uitgaven, maar heeft relatief lage eigen bijdragen. Denemarken heeft een sociaaldemocratisch stelsel, Duitsland en Japan een meer corporatistisch model en het VK is een liberale verzorgingsstaat. Dat betekent dat in het ene land (Denemarken) de overheid vooral aan zet is, in andere landen maatschappelijke partijen als werkgevers en werknemers en verzekeraars (Duitsland, Japan) en dat de marktwerking dominant is in het vierde land (Verenigd Koninkrijk).

Geen van de systemen kan één op één model staan voor Nederland.

Overal heeft de centrale overheid een regulerende taak en zijn er collectieve maatregelen en solidariteit. Overal zijn er ook vormen van marktwerking. Vraagstukken rond betaalbaarheid, arbeidsmarkt, kwaliteit, gelijke toegang en maatschappelijk draagvlak spelen in elk stelsel. Geen van de systemen kan één op één model staan voor Nederland, zo stellen de auteurs. De houdbaarheid van de ouderenzorg is een ‘wicked problem’. Het is ingewikkeld en er is niet één oplossing voor.

Gekibbel

Waarom maakt het rapport mij somber? Het rapport laat zien dat de stelsels in de diverse landen in een decennialange transformatie tot stand zijn gekomen, voortbouwend op gedeelde maatschappelijke en culturele waarden. En wanneer het roer om moet, zoals in Japan rond het jaar 2000, dan nemen ze daar jaren voor. Ze zetten het maatschappelijk ‘in de week’ en bereiden de koerswijziging zorgvuldig voor. Niet één big bang, maar geleidelijk bijsturen om zó de systemische tanker van de ouderenzorg geleidelijk van koers te veranderen.

Politieke systeem

Alleen bij de Britten (in het bijzonder Engeland) lukt dat niet. ‘De zwakste schakel in dit systeem lijkt ons het politieke systeem, dat in plaats van datgene te continueren waarover de partijen al overeenstemming hebben bereikt, telkens weer opnieuw begint, namelijk een nieuwe commissie in het leven roepen, een nieuw rapport schrijven en nieuwe onderhandelingsrondes voeren, totdat de regeringstermijn afloopt’, zo schrijven de onderzoekers.

Al die rapporten dienen vooral als legitimering van het gekibbel.

Het mag duidelijk zijn wat de parallel is met de Nederlandse situatie, zeker na het recente echec van de kabinetsformatie en de voortdurend kibbelende toon waarin politici in ons land debatteren, nu door maar liefst zeventien politieke partijen. Gelukkig hebben we de ambtenaren nog, zou ik haast denken! En al die rapporten dienen vooral als legitimering van het gekibbel. Voor iedereen staat er wel iets welgevalligs in en als dat niet zo is, komt er wel een volgend rapport, zo denk ik wel eens in een cynische bui.

Keuzes

Hoe dan wel? Ik denk dat we een fundamenteel debat moeten voeren over de uitgangspunten van de zorg voor de komende decennia. De recente raadplegingen rond onder meer ‘Zorg voor de toekomst’ gaan vooral over oplossingen en niet over de onderliggende uitgangspunten en waarden. Het rapport ‘Houdbare ouderenzorg’ laat vanuit een internationaal perspectief zien dat de keuze voor het één gevolgen heeft voor het ander.

Kies je voor professionele zorg als vertrekpunt of informele zorg?

Ik schets een paar keuzes, die tegelijkertijd dilemma’s zijn. Kies je bijvoorbeeld als samenleving voor veel collectieve financiering of veel eigen betalingen? Linksom of rechtsom, burgers moeten toch voor zorg betalen, of het nu via belastingen, premies of out-of-pocket gaat. Het maakt wel uit welke keuze voor solidariteit daaronder zit. Kies je voor professionele zorg als vertrekpunt of informele zorg? Die keuze maakt uit voor de arbeidsparticipatie van – nog steeds – vrouwen, voor de maatschappelijke inrichting (bijvoorbeeld kinderopvang) en financiële tegemoetkomingen van mantelzorgers.

Kies je voor veel zorg thuis of veel intramurale zorg? Voor veel langdurig verblijf van ouderen in ziekenhuizen of in verpleeghuizen? Daar waar weinig of dure verpleeghuiszorg is, lijkt er veel meer ziekenhuiszorg nodig te zijn (Duitsland, Japan, Engeland). Wil je het arbeidsmarktvraagstuk oplossen door steeds hogere salarissen te betalen (en burgers meer premie en belasting te laten betalen en andere maatschappelijke sectoren met een werknemerstekort op te zadelen) of ga je, zoals in de andere landen ook buitenlandse medewerkers aantrekken?

Elke keuze die je maakt heeft een uitwerking op andere elementen in het systeem.

Kiezen we voor marktwerking als prikkel voor goede en efficiënte zorg of worden het een paar publieke aanbieders die lange termijn continuïteit mogen bieden? Willen we betaalbaarheid regelen door minder volume, lagere tarieven, budgetteren of marktwerking? En krijgt centraal of decentraal het voor het zeggen? Elke keuze die je maakt heeft een uitwerking op andere elementen in het systeem. Het is een soort waterbed dat nooit rustig zal zijn.

Normatieve keuzes

Wat de lessen uit het buitenland laten zien, is dat we deze vraagstukken vanuit een maatschappelijk debat moeten aanpakken. Wat zijn de normatieve keuzes die we als samenleving maken? Vandaaruit kunnen we naar beleidsmatige en operationele keuzes. Het is verstandig daarbij de ‘maatschappelijke houdbaarheid’ scherp in het vizier te houden. Het is nodig een lange termijnkeuze te hebben die we vasthouden, de stappen telkens goed voorbereiden en dan tussentijds evalueren en bijsturen. Kortom, eerst denken, dan doen. En niet te snel met oplossingen komen. Hoe meer oplossingen, hoe meer zorgen ik me maak.

Tja, en dan schrijf ik zo’n stukje met oplossingen......!

Deze blog is afkomstig van de website Guusschrijvers.nl

Bron: Vilans Henk Nies 210420

Covid-19 Stap 1


 

dinsdag 13 april 2021

WHO: pandemie groeit exponentieel

WHO: we zitten op kritiek punt, pandemie groeit exponentieel



Terwijl uit onderzoek van I&O Research blijkt dat 
60 procent van de Nederlanders wil dat de coronamaatregelen worden versoepeld, luidt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de noodklok. “We zitten op een kritiek punt in de pandemie”, stelt epidemioloog Maria Van Kerkhove van de WHO. Volgens haar hebben mensen een ‘reality check’ nodig. Zie  publicaties WHO

Het aantal besmettingen groeit weer exponentieel. Voor de zevende week op rij is er sprake van een wereldwijde toename. In de afgelopen week werden er meer dan 4,4 miljoen nieuwe besmettingen gemeld. Europa heeft officieel de meeste nieuwe infecties: ruim 1,6 miljoen. “Een jaar geleden hadden we wereldwijd ongeveer 500.000 gemelde gevallen per week. Dit is niet de situatie waar je in wilt zitten in de zestiende maand van de pandemie.”

We kunnen op dit moment niet alleen op vaccinaties vertrouwen om covid-19 te verslaan, waarschuwde Van Kerkhove maandag tijdens een persconferentie. De epidemioloog roept overheden op om burgers te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

Afgezien van het handen wassen en mondkapjes dragen, blijft ook afstand houden belangrijk, aldus de WHO- expert. Verscheidene landen draaien de coronamaatregelen dezer dagen terug of maken plannen om dat op korte termijn te doen.

Bron: Skipr 210412

zaterdag 10 april 2021

Versoepeling coronamaatregelen getemperd

De Jonge wil verwachtingen temperen voor versoepeling coronamaatregelen

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) wil de verwachtingen temperen over mogelijke versoepelingen van de coronamaatregelen, zei hij vrijdagavond bij het RTL-programma BEAU.

Eerder deze week lekte uit dat het kabinet werkt aan een plan om de samenleving weer te openen. Tegelijkertijd worden er deze maand allerlei evenementen georganiseerd waar mensen toegang tot kunnen krijgen als ze negatief zijn getest.

Maar De Jonge waarschuwt voor al te veel optimisme. "We zijn bezig met een openingsplan, we moeten perspectief bieden", aldus de minister. "Maar het moment dat de buitenwereld lucht krijgt van dat plan werd gedacht 'holadijee, bloemetjes buiten'. Maar in het zicht van de haven moeten we geen domme dingen doen."

De Jonge snapt dat de zorgsector met huiver reageert op mogelijke versoepelingen. "Die denken: 'versoepelingen? Houd eens op. Kijk eens om je heen'."

Voordat de nieuwe plannen uitlekten zei De Jonge ook al dat hij wil waken voor het beeld dat alles weer kan. Volgens hem kunnen met toegangstesten dingen gedaan worden "die eigenlijk nog te spannend zijn" met de huidige besmettingscijfers.

"We moeten niet de conclusie trekken: oh, het gaat dus kennelijk alweer beter, want we kunnen weer van alles. Nee, zover is het helaas nog niet", waarschuwde De Jonge afgelopen dinsdag.

Derde golf volgens minister waarschijnlijk lager

Er liggen 2.500 coronapatiënten in de ziekenhuizen, zegt de minister vrijdag in BEAU. "750 op de intensive care, elke dag meer, de laatste dagen lopen de cijfers weer op. We denken we dat de derde golf lager zal zijn, maar we zijn nog niet over de piek heen."

De Jonge wil niet op de besluitvorming vooruitlopen van dinsdag, als er weer een nieuwe persconferentie wordt gehouden. "Maar ik wil wel toevoegen dat we geen domme dingen gaan doen voor de zorg."

Bron: Nu 210409

donderdag 8 april 2021

Link tussen zeldzame trombose en AstraZeneca-vaccin

EMA bevestigt officieel link tussen zeldzame trombose en AstraZeneca-vaccin

De veiligheidscommissie van het Europees Medicijn Agentschap (EMA) heeft zojuist in een officiële verklaring laten weten dat er een relatie bestaat tussen het optreden van zeldzame trombose met stollingsproblemen en de vaccinatie met het AstraZeneca-vaccin.

De veiligheidscommissie (PRAC) concludeert dat het optreden van bloedklontering samen met een lage concentratie van bloedplaatjes een zeldzame complicatie is bij het AstraZeneca vaccin. Het vaccin heet inmiddels ‘Vaxzevria’.

De PRAC merkt op dat de zeldzame vorm van trombose kan ontstaan in hersenvaten en de onderbuik, zowel in aders als in slagaders. Dit gaat samen met lage concentraties aan bloedplaatjes en soms bloedingen.

Omdat het volgens EMA gaat om een uiterst zeldzame complicatie, blijft het oordeel over Vaxzevria positief en ‘wegen de voordelen op tegen de nadelen’.

Hersentrombose

De commissie heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar aanleiding van 62 gevallen van hersentrombose en 24 gevallen van trombose in buikaders. In achttien gevallen overleefden de patiënten dit niet. De meldingen hiervan zijn binnengekomen via de EU medicatieveiligheidsdatabase (EudraVigilance). Het betreft gevallen zowel in Europa als in het Verenigd Koninkrijk. Rond 25 miljoen mensen hadden het vaccin toen gekregen. Tot 4 april 2021 zijn in totaal 169 gevallen gemeld van hersentrombose en 53 gevallen van trombose in de onderbuikvaten. Op dat moment waren er 34 miljoen mensen gevaccineerd in Europa en het VK. Deze meer recente data veranderen het oordeel van de EMA niet.

Jonger dan 60

Tot nu toe zijn er nog geen specifieke risicofactoren gevonden voor het ontstaan van de zeldzame complicatie. De meeste gevallen ontstonden bij vrouwen jonger dan zestig jaar en binnen twee weken na de eerste dosis van de vaccinatie. Er is nog te weinig informatie over het mogelijk optreden van deze complicaties na toediening van de tweede dosis.

Verdachte symptomen

EMA verzoekt zorgmedewerkers en de mensen die het vaccin krijgen, alert te blijven op verdachte symptomen die binnen twee weken na het prikken ontstaan. EMA noemt: kortademigheid, pijn op de borst, zwelling in het been, aanhoudende buikpijn, neurologische symptomen zoals hevige hoofdpijn of zichtstoornissen en kleine puntbloedingen rond de plaats van de injectie. Bij het optreden van deze symptomen moeten mensen direct medische hulp zoeken.

Er zouden intussen ook drie meldingen over het ontstaan van trombose bij EMA zijn binnengekomen na vaccinatie met het Janssen-vaccin.

Bron: Skipr 210407

dinsdag 6 april 2021

OMT: ’Derde golf bijna voorbij’

De derde golf lijkt korter en minder hevig te worden dan eerder gevreesd. 

Volgens een nieuwe voorspelling lijkt de piek op de intensive care al over twee weken te worden bereikt, eerder dan Jaap van Dissel voorspelde.

Van Dissel vertelde in de Tweede Kamer eerder nog dat de derde coronagolf tot begin mei aan kracht zou blijven winnen, maar een nieuwe prognose, enkele dagen geleden opgesteld, ziet er veel gunstiger uit, melden meerdere OMT-bronnen aan het Parool.

Half april zouden 800 coronapatiënten op de IC liggen. Dat lijkt de piek te gaan worden – een piekje.

Op dit moment liggen er 730 mensen op de IC. Dat aantal zal dus nog ietsjes stijgen, maar ’code zwart’, waarbij mensen een bed moet worden geweigerd, lijkt er niet van te komen.

Bron:Welingelichte Kringen 210405

vrijdag 2 april 2021

Mantelzorgers weinig gewaardeerd door overheid

Mantelzorgers weinig gewaardeerd door overheid

Hoewel mantelzorgers veel waardering krijgen voor hun werk van de persoon voor wie ze zorgen, valt de waardering vanuit de overheid tegen. Een aanzienlijk deel heeft bovendien behoefte aan ondersteuning bij de zorg, maar de meeste mantelzorgers weten niet waar ze hulp kunnen vinden.

Onvoldoende

Dat blijkt uit het eerste Nationale Mantelzorgonderzoek, uitgevoerd in opdracht van Senior Service, een organisatie voor mantelzorgondersteuning. De waardering van de overheid voor het werk van mantelzorgers krijgt daarin een 'zware onvoldoende'. Een deel van de mantelzorgers zou graag een financiële tegemoetkoming krijgen of extra verlofuren van de werkgever. Een van de respondenten licht toe: 'Wij besparen de overheid veel geld, daar mag best wat tegenover staan.'

Schimmig

Ongeveer twee op de vijf mantelzorgers worden door professionele thuishulpen ondersteund. Tegelijkertijd zegt een even grote groep behoefte te hebben aan meer ondersteuning. Meer dan de helft van de mantelzorgers weet die hulp echter niet te vinden. 'Veel gemeenten doen hier schimmig over', aldus Floris Vervat, directeur van Senior Service. 'Mensen hebben geen idee dat ze professioneel kunnen worden ondersteund.'

Fulltime

Driekwart van de mantelzorgers verwacht dat de zorgvraag de komende jaren intensiever zal worden. Voor een deel van hen is de mantelzorg nu al een flinke taak. Een op de drie mantelzorgers is er dagelijks mee bezig. Voor een op de tien is de mantelzorg praktisch een fulltime baan: ze besteden er meer dan 36 uur per week aan. Ruim twee op de vijf ondervindt stress door het mantelzorgen, de helft daarvan ervaart zelfs regelmatig mentale klachten.

Bron: Binnenlands Bestuur 210330

donderdag 1 april 2021

Corona amper nog overdraagbaar na vaccin

Nieuw onderzoek: corona amper nog overdraagbaar na vaccin, RIVM opgetogen

Een hoopgevende studie van het CDC, het Amerikaanse RIVM. Uit de resultaten blijkt dat het er naar uitziet dat mensen die zijn ingeënt, het coronavirus over het algemeen niet meer bij zich kunnen dragen. Dat betekent dat zij anderen dus ook nauwelijks kunnen besmetten. Het RIVM noemt dit 'goed nieuws'.

De studie van het Centers of Disease Control and Prevention is gedaan onder bijna 4000 mensen die één of twee prikken van Pfizer of Moderna hebben gehad. Deze groep mensen hebben tussen half december en half maart iedere week een coronatest gedaan.

Eén prik van een vaccin van Pfizer of Moderna vermindert de kans op besmetting met 80 procent. De tweede inenting verhoogt de bescherming naar 90 procent.

Eerder kon nog niet worden bewezen dat vaccinatie tegen corona iemand ook niet langer besmettelijk maakt. Op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) staat dan ook: "Vaccinatie beschermt jou tegen ziekte door corona, maar we weten nog niet of iemand die gevaccineerd is toch het virus kan verspreiden."

Maar uit deze studie blijkt dat niemand in deze studie van drie maanden positief getest is op het coronavirus. Ze droegen het virus ook niet bij zich, stelt CDC-baas Rochelle Walensky. "En dat zien we niet alleen in klinische onderzoeken, maar ook in de 'echte wereld'."

Immunoloog Cécile van Els van het RIVM noemt dit in een reactie 'goed nieuws'. "Het lag in de lijn der verwachting. Er waren al aanwijzingen dat vaccinatie helpt tegen de overdracht van het virus. Dat wordt nu bevestigd in 'real- life'-onderzoek. Er moet nog vervolgonderzoek komen, maar dit is al zeer hoopgevend."

Van Els zegt dat dergelijke resultaten te verwachten zijn bij de vaccins van AstraZeneca en Janssen. "Maar dat onderzoek moet nog worden afgerond."

Gisteren bleek uit een onderzoek van Pfizer en BioNTech dat hun coronavaccin veilig en effectief is bij kinderen in de leeftijd van 12 tot 15 jaar. De groep die het vaccin toegediend kreeg, raakte niet besmet met het coronavirus.

Geen infectie

Aan het onderzoek deden 2260 kinderen in de Verenigde Staten mee. De helft kreeg het vaccin, de andere helft een placebo. In de laatste groep werden 18 besmettingen vastgesteld. De ingeënte kinderen liepen geen infectie op, wat volgens de bedrijven aantoont dat hun vaccin 100 procent effectief is bij deze leeftijdsgroep.

Er wordt ook gemeld dat de kinderen het vaccin goed konden verdragen en de bijwerkingen overeenkwamen met die van de leeftijdsgroep 16 tot en met 25 jaar.

Bron: RTL 210401

woensdag 31 maart 2021

RIVM slaat alarm

RIVM slaat alarm: ‘Alle wijzers in het rood’

Het aantal coronabesmettingen is afgelopen week met 13 procent toegenomen. Wat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) betreft staan “alle wijzers in het rood”. De afgelopen zeven dagen kwamen bij het instituut in totaal 51.866 meldingen binnen over positieve coronatesten. Dat is het hoogste aantal sinds begin januari. Toen was sprake van een dalende trend, nu stijgt het aantal coronagevallen al weken op rij.

Procentueel is de toename van de laatste week iets lager dan een week eerder, toen het RIVM 16 procent meer besmettingen rapporteerde.

Grootste toename

De sterkste toename van het aantal besmettingen (plus 19 procent) noteerde het RIVM onder mensen van 70 tot en met 79 jaar. Thuiswonenden uit deze groep lopen het virus weer vaker op. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners ligt wel hoger in alle leeftijdscategorieën onder de 70 jaar.

Jongvolwassenen (18-24 jaar) vormen nog steeds de groep met de meeste coronagevallen. In hun leeftijdscategorie kwam er 17 procent bij. Per 100.000 inwoners zijn 422 positieve coronatesten afgenomen. In verpleeg- en verzorgingshuizen nam het aantal nieuwe coronagevallen juist af. Onder mensen boven de 80 jaar viel de stijging met 5 procent ook relatief mee. Dat is voor een deel te danken aan de vaccinaties.

Meer testen

Opnieuw lieten meer mensen zich testen in de afgelopen week. De GGD’en namen ruim 552.000 coronatesten af, een stijging van 6 procent. Ook het aantal mensen dat met Covid-19 is opgenomen in het ziekenhuis nam weer iets toe. Het waren er 1578, 65 meer dan een week eerder. Op de intensive cares bleef het aantal opnames met 317 ongeveer gelijk.

Het zogeheten reproductiegetal, dat weergeeft hoe snel het coronavirus zich verspreidt, is juist een fractie gedaald van 1,11 naar 1,07. Dit getal is gebaseerd op de situatie van 15 maart. Een reproductiegetal van 1,07 betekent dat 100 besmette mensen op hun beurt 107 anderen aansteken. In de afgelopen week werden 171 aan coronagerelateerde sterfgevallen geregistreerd, 52 minder dan een week eerder.

Het RIVM roept mensen op zich ook tijdens het mooie lenteweer dat de komende dagen wordt verwacht, aan alle voorzorgsmaatregelen te houden. “Houd ook als het zonnetje schijnt 1,5 meter afstand tot anderen, blijft thuis als je klachten hebt, laat je testen (bij klachten) en was je handen.” (ANP)

Bron: Skipr 210330